Een merel zingt het hoogste lied en concurreert met het taptoe signaal. De bugel zwijgt, de vogel zingt verheven in de grote plataan. Langzaam daalt de zon. De avond valt en de stilte is traag. Twee minuten samen stil. Een duif koert. Een kind leest een gedicht. Ik onthoud een paar woorden. Zo vergaat me dat met gedichten. Proza onthoud ik beter. De burgemeester vertelt over samenleven in vrijheid.

Ik spreek nog even met de oudste veteraan.

Ik zie een traan

en hoor ‘het gaat nooit voorbij als je in de gevechten hebt gezeten.’

Als we dat maar niet vergeten.

Wij genieten van de vrijheid en het mooie weer. Na vele drukke dagen van afscheid nemen van mensen uit de gemeente en verweven zijn met verdriet genieten we even van het mooie weer.  We fietsen langs de Linge, drinken koffie aan het water in Rhenoy en eten onze krentenbol op een bankje in Asperen. Een oude heer wijst omhoog en zie twee arenden zweven tegen de strak blauwe hemel. We fietsen door Acquoy. Ik zie een toren, de scheve toren van Acquoy. We stappen af maken een paar foto’s en lezen de geschiedenis van kerk en toren. Al bij de bouw van de Catharinakerk in de vijftiende eeuw blijkt de toren te verzakken. Men doet pogingen om dat te herstellen, maar dezen lukken maar ten dele. De toren staat nu 1.15 meter uit het lood. In 1674 is de kerk tijdens een orkaan zwaar beschadigd en daarna grotendeels afgebroken. Het was dezelfde orkaan die ook het schip van de Dom in Utrecht verwoestte. De huidige hervormde kerk stamt uit 1844. Door een wonderlijk toeval ligt op het kleine kerkhof ene Cornelia Pisa begraven (1871-1941), de vrouw van de Acquoyse predikant. Vanwege Cornelia’s achternaam, en omdat de toren scheef staat, wordt de toren in het Betuwse plaatsje ‘toren van Pisa’ genoemd. Er fietst een groepje ouderen voorbij en ze roepen ‘de toren van Pisa is er niets bij’. Ze moesten eens weten. 

Ik associeer graag. Preken is eigenlijk ook zo’n soort bezigheid. Je verbindt verleden en toekomst met het heden. Bij de toren dacht ik even aan het Angelus. Zaterdag werd het op het orgel gespeeld tijdens een uitvaart. Het is een oud lied uit de katholieke traditie en verwijst naar een oud gebruik. Eerst over de oude traditie. In vroeger tijden werd dagelijks om zes uur ’s morgens, om twaalf uur in de middag en om zes uur ’s avonds het angelusklokje geluid. Dit was het kleinste klokje waardoor katholieke mensen werden opgeroepen om het werk te staken en het Angelus Domini (Engel des Heren) te bidden. In vroeger tijden speelden de klokken in kerk of kapel een belangrijke rol in het ritme van het dagelijks leven. De mensen werden toen nog niet gestoord door en van sociale media. Wel had je ook de zogenaamde ‘papklok’. Deze klok luidde ’s avonds om negen uur, de mensen aten toen pap voor het slapen gaan. Dit werd door de papklok ingeluid. Eerder mocht je niet aan de pap beginnen.

Welaan, het is weer een allegaartje geworden. Geniet van het mooie weer en heb een goede week onder de zegen van onze Heer.

Ik sluit graag af met het eerste couplet van het  lied Angelus Domini. Daaronder plaats ik, voor de liefhebber, ook nog de tekst van het gebed Angelus Domini dat driemaal daags werd gezegd na het klinken van het angelusklokje.

Het Angelus klept in de verte

In tonen zo zuiver en hel.

De grootmoeder knielt op de drempel

De kinderen zij staken hun spel. 

De tekst van het Angelus Domini:
De Engel des Heren heeft aan Maria geboodschapt,
En ze heeft ontvangen van de Heilige Geest.
Wees gegroet, Maria
Zie de Dienstmaagd des Heren,
Mij geschiede naar Uw woord.
En het Woord is vlees geworden;
En Het heeft onder ons gewoond.
Bid voor ons, Heilige Moeder van God,
Opdat wij de beloften van Christus waardig worden.
Laat ons bidden.
Heer, wij hebben door de boodschap van de Engel
de menswording van Christus uw Zoon leren kennen;
Wij bidden U, stort Uw genade in onze harten,
Opdat wij door Zijn lijden en kruis gebracht worden
tot de heerlijkheid van de verrijzenis.
Door Christus, onze Heer. Amen

Ds. Wouter